Mijn schilderijen
kwamen tot leven




Vreemde stemmen, nachtmerries,
verschijningen van demonen, drugs,
jeugdinternaat, dwangmatig schilderen...
Bjorn Brijsbaert had een bewogen jeugd!

Lees hoe hij bevrijd werd
van angst, verslaving en meer....

“Toen ik klein was ontdekte mijn vader dat mijn moeder zich bezighield met tarotkaarten en ouijaborden. Haar moeder en grootmoeder waren ook actief geweest in hekserij. Er gebeurden bij ons thuis rare dingen, ik hoorde soms zomaar iemand mijn naam noemen, terwijl er niemand was. 's Nachts kwamen er wezens in mijn kamer waar ik bang van werd.
Achter je rug bedonderen ze je










Ik liep
van huis weg












Psychiatrie
hielp niets










Dromen werden werkelijkheid










Ik ging rare
dingen zien










Ik wilde weten
of ze echt waren









Ik kwam
tot rust









Ik wist dat ik
de juiste keus
gemaakt had








Ik voelde
me bevrijd








Ik zag een
visioen van God








Ik werd bevrijd
en kreeg mijn
vader terug
Toen ik twaalf jaar was scheidden mijn ouders. Ze hadden al veel langer een slechte verstandhouding. Mijn vader ging nog altijd naar de kerk, maar mijn moeder niet meer. Ze vond dat iedereen in de kerk hypocriet was. Daar was thuis heel vaak ruzie over.

Ik ging met mijn moeder mee, samen met mijn zusje, maar na een tijd gingen we weer naar mijn vader. Hij beloofde dat alles zou veranderen, maar daar merkten wij weinig van. Hij was nogal driftig en ik heb het meegemaakt dat hij in een boze bui de bijbel in mijn mond stopte.

Ik moest op den duur niets meer van God en het geloof hebben. Ik was het met mijn moeder eens dat dat allemaal schijnheiligheid was. Thuis maken ze je bang en in de kerk zitten ze blij te wezen. Ze doen alsof ze van je houden, maar achter je rug om bedonderen ze je.

Experimentele muziek

Toen ik zestien was liep ik weg van huis, naar mijn moeder. Maar zij wilde me niet hebben en stuurde me naar een kostschool. Daar bleef ik een jaar en het ging steeds slechter met me. Ik begon drugs te gebruiken en stal medicijnen van mijn moeder. Zij had epilepsie, dus ze had medicijnen genoeg. Ook luisterde ik naar experimentele muziek.

In die tijd kwam ik voor het eerst in aanraking met de politie vanwege drugsproblemen. De kinderrechter zei dat ik naar de kunstacademie mocht, wat ik heel graag wilde, maar ik moest wel naar een jeugdinternaat. Dat deed ik, maar het hielp allemaal niet veel. Uiteindelijk werd ik van de kunstacademie afgegooid omdat ik psychoses had en in die buien allerlei rare dingen deed.

Zo kwam ik in de psychiatrie, waar ze me eigenlijk niet konden helpen. De kinderrechter had uiteindelijk ook genoeg van me en haalde me van het jeugdinternaat af. Zo belandde ik op straat. Een jaar lang sliep ik buiten en soms bij een vriend. Ik had geen geld, ik had niets. Ik droeg een jaar lang dezelfde kleren.

Levend schilderij

Uiteindelijk vond ik een kamer en daar woonde ik anderhalf jaar. Het ging absoluut niet goed met mij. Ik kreeg vreemde dromen die later werkelijkheid werden. Ook werd alles wat ik schilderde werkelijkheid. Ik maakte een schilderij van een man die in een park op een bankje zat en een steen gooide. Ik schilderde ook de plek waar de steen neerkwam. De volgende dag ging ik naar een park en toen ik op een bankje zat, zag ik daar die man van mijn schilderij. Hij pakte een steen op en gooide hem weg, de steen kwam precies neer zoals ik het geschilderd had! Het was heel angstaanjagend.

Ik was een keer op bezoek bij vrienden en we wisten dat de politie ons zocht. Plotseling kreeg ik een vreemd gevoel en een vriend vroeg aan mij wat er was. Ik vertelde het hem en hij zei: 'Laten we weggaan.' Vlak nadat we het huis hadden verlaten, deed de politie een inval en arresteerde de andere jongens. Het werd allemaal steeds gekker en ik voelde me erg rot.

Op een avond kwam ik thuis uit de bioscoop. Toen ik op de rand van m'n bed zat, keek ik naar de muur, waar ik een grote zwarte doek op had gehangen. Ik was bezig met een schilderij en die doek was voor de verfspatten. Ineens zag ik mijzelf uit dat zwarte vlak komen. Ik had een zwarte cape om en ik lachte. Het was net alsof ik uit de muur kwam, het keek even naar me en het wilde me grijpen. En het was mijn eigen gezicht, heel angstaanjagend!

Dode rat

Ik probeerde dat beeld de rest van de nacht van me af te zetten, maar dat lukte me niet. En toen ik de volgende ochtend mijn kamer uitkwam zat mijn rat - die ik drie weken daarvoor begraven had - op de trap. Ik schrok verschrikkelijk en rende in paniek het huis uit. Ik ging steeds meer rare dingen zien, mensen in mijn kamer die naar me keken en lachten. Ik werd er heel angstig van, had het gevoel dat er voortdurend naar me gekeken werd.

Is God echt?

Op een gegeven moment besloot ik naar een kerk te gaan. Daar praatten ze met me. Ik wilde weten wie ze nu echt waren. Of ze echt christenen waren of een stelletje schijnheiligerds.

Elke zondag zat ik vanaf toen achterin de kerk, om te kijken of ik ze ergens op kon betrappen. Waren ze wel echt met mij begaan en bestond hun God wel echt? Ze probeerden me te helpen. Zelf konden ze niet veel doen omdat ze niet deskundig waren, maar ze vonden een plek voor me in een opvangcentrum voor verslaafden. Daar brachten ze me naartoe.

Van toen af aan begon alles te veranderen. Het lukte me om van de drugs af te komen en vond het een verademing dat niemand me dwong om drugs te gebruiken. Ik sliep veel beter, anders lag ik altijd uren wakker en kon ik niet stoppen met denken. Nu wel. Ik kwam tot rust en durfde de mensen om me heen weer te vertrouwen. De leiding van het centrum was christelijk en ik vond het goed hoe ze met elkaar omgingen.

De nachtmerries bleven weg en ik begon weer te schilderen. Het was heel anders wat ik nu maakte, het had nu meer met leven te maken dan met de dood, zoals vroeger. Ik voelde me zelfverzekerder, ik schrok niet meer van ieder geluid. Stiltes waren niet meer angstaanjagend, maar vredig. Ik wist dat God met me was en dat ik de juiste keus gemaakt had. Ik besloot dat ik Jezus wilde volgen.

Ketenen om mijn handen

Ik bleek bevrijdend gebed nodig te hebben. Twee mensen van het centrum hadden eens met me gebeden en zagen toen een beeld. Ik had allemaal ketenen om mijn handen en voeten. Ook zagen ze een soort elektriciteitsdraden van mijn hoofd naar mijn handen. Ze zeiden dat het kwam doordat ik bezig was geweest met dwangmatig schilderen, gestuurd door kwade machten. Ik wist dat ik niet altijd controle had over mijn lichaam, dat ik beheerst werd door iets anders. Ik had connecties met de geestenwereld en dat had me soms goede dingen gebracht, maar heel vaak ook niet. Dat had onder andere ook te maken met de experimentele muziek waar ik mee bezig was geweest.

God liet de leiders van het centrum zien wat er met me aan de hand was, zodat ze voor me konden bidden en de kwade geesten weg konden sturen in Jezus' naam. Toen ze gebeden hadden, voelde ik me bevrijd. Ik kon vrij bewegen en zag de dingen in een ander licht. Ik keek anders naar mensen en dingen, zag bijvoorbeeld voor het eerst hoe de natuur in bloei stond en hoe mooi het weer kon zijn. En dat mensen konden lachen. God heeft me bevrijd en ik kan gaan en staan waar ik wil, zonder dat iets of iemand mij dwingt om iets te zeggen of te doen.

Visioen

Ik zat een keer buiten in de tuin van het centrum en zag opeens in een visioen dat mijn vader bij me kwam. Het was duidelijk een visioen van God, want het was anders dan vroegere keren. Dit maakte me niet bang of paranoia of zo. Ik zag mijn vader in een auto met een paar van mijn Hollandse vrienden erbij. Toen ik vervolgens naar binnen liep, kwam er iemand naar mij toe die vertelde dat mijn vader gebeld had en dat hij toestemming vroeg om mij te mogen zien.

Hij moest toestemming vragen omdat ik hem zes jaar lang niet had gesproken. Ik wilde hem niet meer zien omdat hij mij had gedwongen in God te geloven en er waren in het verleden wel meer dingen gebeurd.

Vergeving

Toen mijn vader kwam vroeg hij vergeving voor alles wat hij had gedaan. God had hem laten zien dat hij fout was geweest. Nu zorgt hij heel goed voor mijn zusje en daar verdient hij mijn respect voor. Hij is ook dichter bij God gekomen.

Nu betoont mijn vader mij respect, wat hij niet deed toen ik klein was. En hij accepteert me zoals ik ben en de keuzes die ik maak, ook wat betreft mijn relatie met God.

Mijn verhaal lijkt erg op dat van de bezeten jongen uit de bijbel. Ik heb dingen toegelaten in mijn leven die me gingen beheersen, zodat ik de controle over mijn leven verloor. Ook ik ben door Jezus genezen en ook ik kreeg mijn vader terug, net als hij.

Bjorn Brijsbaert



Overzicht magie






Deze website geeft informatie over wicca, hekserij, toveren,
paranormale gaven, helderziendheid, waarzeggerij, engelen, geesten, demonen,
innerlijke gidsen, geleidegeesten, heksen, Harry Potter, enz.